|
DEN HAAG Scholen leggen de oorzaak van slechte prestaties regelmatig ten onrechte neer bij de leerlingen, terwijl de scholen daaraan zelf schuldig zijn. Deze instellingen werken veelal niet prestatiegericht, stellen geen doelen en hebben daardoor moeite om leerlingen gericht te helpen. Dat stelt de Inspectie van het Onderwijs in haar jaarverslag dat woensdagmorgen is gepresenteerd.
De inspectie vindt dat de scholen, zowel in het primair en voortgezet als in het middelbaar beroepsonderwijs, zichzelf kritischer moeten bekijken. Zij moeten hun leerlingen geregeld een _verplichte_ toets afnemen om kennis en vaardigheden in kaart te brengen. Zij kunnen hierdoor beter inschatten in hoeverre zij slecht onderwijs geven en welke leerlingen zelf simpelweg niet kunnen meekomen.
Uit onderzoek is gebleken dat leerlingen voor rekentoetsen betere cijfers halen op scholen waar wel aandacht is voor prestatiegericht werken. Twee jaar geleden pleitte de inspectie ook al voor een dergelijke toetsverplichting.
Barricades
Volgens demissionair minister André Rouvoet (Onderwijs) wordt daaraan al deels gewerkt door middel van de invoering van zogeheten referentieniveaus voor taal en rekenen, leidraden die beschrijven wat leerlingen op een bepaald moment moeten kennen en kunnen. Naar verwachting moeten scholen hier vanaf 1 augustus mee werken. Demissionair staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) kondigde aan te laten onderzoeken wat het mbo verder nog moet doen 'om de laatste barricades weg te nemen'. Demissionair minister Gerda Verburg (Landbouw) wil verder met landbouwscholen afspraken maken over het verbeteren van hun kwaliteit.
De inspectie concludeert dat het aantal zwakke scholen desondanks wel is afgenomen. Zo steeg het aantal scholen van voldoende kwaliteit in het speciaal onderwijs met ongeveer een kwart ten opzichte van vorig schooljaar. Zo'n driekwart van die scholen voldoet nu aan de eisen. In het reguliere onderwijs ging het om een stijging van enkele procenten. Zo'n negen op de tien scholen scoort voldoende. Alleen het vwo bleef achter. Daar daalde het percentage scholen van voldoende kwaliteit licht van 88 naar 86,8 procent.
Opvallend is dat docenten in het speciaal onderwijs moeite hebben rekening te houden met verschillen tussen leerlingen. De inspectie noemt dit 'verrassend' omdat de klassen op speciale scholen kleiner zijn dan in het regulier onderwijs. Blijkbaar zijn de huidige kwalificaties van leraren hiervoor niet toereikend, aldus de inspectie die wil dat docenten daarvoor beter worden opgeleid. (GPD)
|